TAI JITSU

De oorsprong van Tai-Jitsu is moeilijk vast te stellen. Er waren in Japan 700 verschillende Ju-Jitsu stijlen bekend, waarvan kumi-uchi, aiki-jitsu, jui-jitsu, Tai-Jitsu, nin-jitsu, ken-jitsu en yawara in Europa het meest bekend zijn. Zolang er mensen op aarde wonen bestaan er al vechtkunsten, die tot doel hadden een tegenstander in een gevecht te overwinnen. Men zegt dat het ju-jitsu oorspronkelijk uit China komt, anderen verwijzen naar andere landen. Vast staat dat de Japanse Samurai ju-jitsu beoefende en heeft bijgedragen tot de ontwikkeling van deze gevechtsmethodes. Ruim 200 jaar hebben de Samurai het zogenaamde Kumi-Uchi, het latere ju-jitsu in hun Ryu (scholen) geheim kunnen houden. Iedere Ryu had zijn eigen specialiteit die opgeschreven waren in de geheime aantekenboeken "Densho's".

Het was niet gemakkelijk aansluiting te krijgen bij één van de Ryu. Wanneer een sensei in vroegere tijden de kracht en de technieken van een andere school wilde testen, stuurde hij een uitdaging aan de hoofd sensei van die andere school waardoor dan een tweegevecht kon plaatsvinden. Wanneer het leven van de verliezer door de tegenstander werd gespaard, was het gezichtsverlies zo groot dat hij veelal harakiri (rituele zelfmoord) pleegde. Hieruit blijkt het belang van deze geheime technieken, die veelal ophielden te bestaan als de laatste meester stierf. Eerst in 1867 kwam er verandering in deze situatie om reden dat keizer Meiji een einde maakte aan het feodale tijdperk. Veel Samurai gingen les geven in de verschillende Ju-Jitsu stijlen om in hun levensonderhoud te voorzien. Pas aan het einde van de 19e eeuw, toen Japan niet langer geïsoleerd was, maakte de buitenwereld kennis met de verschillende vormen van Ju-Jitsu omdat de Japanners het begonnen te verbreiden over de rest van de wereld.